In februari hoor je ze al zingen, hoog in de lucht. Veldleeuweriken; ze geven het niet op, komen altijd weer. Een deel overwintert in het veld, maar meestal zie je ze de hele winter niet. Behalve bijvoorbeeld een paar jaar geleden, toen er na een ijzige wind en sneeuwval overal duinvorming was. Toen zag je de veldleeuweriken ineens door de sneeuw in de berm en op het land trekken, drukdoende om voedsel te verzamelen.

Het mannetje laat vaak zijn kuifje zien tijdens de balts of als hij ruzie maakt. Hij kan agressief zijn en zijn territorium fel verdedigen, maar meestal vliegt hij weg. Vrouwtjes hebben het kuifje plat en zijn iets slanker, verder is er niet zoveel verschil. Qua grootte zit de veldleeuwerik tussen een merel en een spreeuw in.

Met de vogeltrek komen er al vrij vroeg weer veldleeuweriken binnen en die vermengen zich met de overwinteraars. Dan zitten er in een winterveld van Boerennatuur Midden-Groningen plotseling veertig veldleeuweriken. In de zaaitijd kun je soms de paring zien op zo’n omgeploegd veld, de bruine kleur van de veldleeuwerik steekt heel mooi af tegen de zwarte aarde. Zo’n mannetje zingt dan hoog in de lucht, verderop ligt een wintervoedselveld, ernaast wordt geploegd en daar verzamelen de vrouwtjes zich. Het mannetje zeilt door de lucht, dat kan soms wel een kwartier doorgaan en duikt dan naar beneden met een lange ‘phieeeeeee…’ en maakt een parachutelanding ergens in het veld.

Ook de veldleeuwerik heeft een tactiek om zich onzichtbaar te maken in het veld, meestal ben je hem gewoon kwijt. Hij maakt zijn nest diep verscholen tussen de wortels van het gras, het is veel moeilijker te vinden dan een kievietsnest. De zaaitijd is precies de broedtijd van de veldleeuwerik, veel nesten worden uitgemaaid.

Boerennatuur Midden-Groningen wil er natuurlijk aan bijdragen om de broedperiode zo rustig mogelijk te laten verlopen. Dat betekent dat je niet alleen een winterveld nodig hebt, maar ook een zomerveld, waar die leeuwerik kan gaan broeden. Kruidenrijk, halfopen grasland met extensieve begrazing en droge stalmest is het mooist. De kuikens hebben de eiwitrijke insecten hard nodig, ze moeten heel snel vliegvlug worden.

Vaak legt de veldleeuwerik vier of vijf eieren. Hermelijnen en wezels eten de eieren op, kraaien hebben er moeite mee omdat de veldleeuwerik zijn nest zo goed verstopt. In het kielzog van de veldleeuwerik zie je ook nog weleens de patrijs en natuurlijk de kwartel, die het moeten hebben van hetzelfde agrarisch natuurgrasland. Tijdens de trek moeten de veldleeuwerik en de kwartel goed uitkijken dat ze in Zuid-Europa niet op het bord belanden, want daar worden ze nog steeds als een delicatesse gezien. De patrijs heeft daar minder last van, omdat die het hele jaar in Nederland blijft als standvogel.

Vroeger had je de veldleeuwerik overal, zowel op veenweidegebied als op de hogere zandgronden als akkervogel. Tot en met de jaren zestig van de vorige eeuw kwam hij overal wel voor, nu is het een zeer kwetsbare vogel, de aantallen zijn fors afgenomen. In het Noorden is hij nog wel aanwezig, er komen zelfs liefhebbers uit de rest van het land op af die hem graag willen horen. Het is hoopgevend dat de veldleeuwerik niet vergeten is.

De veldleeuwerik is echt afhankelijk van het boerenland, hij broedt heel graag naast een graanveld. Daarom is het zo belangrijk om een agrarische schil rond een natuurgebied te hebben, daar moet je vanaf blijven en geen huizen gaan bouwen. Voor de veldleeuwerik is het agrarisch natuurbeheer heel belangrijk, want in een regulier landbouwsysteem houdt deze overlever minder goed stand. 

Aanmelden nieuwsbrief