De slaperdijken horen bij het Groninger zeekleilandschap. Als overblijfselen van eeuwenoude inpolderingen hebben deze dijken altijd een agrarische gebruiksvorm gekend. Op een deel van de dijken is het oorspronkelijke gebruik in verval geraakt. De landschappelijke en natuurlijke waarde daalt en brandnetels en distels breiden zich hier uit. Wat kunnen we daar aan doen? Hoe kunnen we deze dijken weer laten opvallen en tot aantrekkelijke bloemrijke linten maken in het noordelijke landschap? Extensieve beweiding met vee ziet er prachtig uit en het leidt tot een goed leefgebied voor planten en dieren. Her en der een struik met een grasmus, wat hogere graspollen waar een fazantenhen haar nest kan verstoppen en allerlei ‘gewone’ kruiden zoals paardenbloemen, pinksterbloemen en boterbloemen, die vlinders, wilde bijen en andere insecten aantrekken.

Om de landschappelijke uitstraling van de slaperdijken te verbeteren is kenniscentrum akkervogels samen met het collectief Boerennatuur Midden Groningen op zoek naar eigenaren en/of pachters van slaperdijken die openstaan voor beweiding op de dijk. Ook zoeken we naar veehouders die bereid zijn om hun vee op een dijk te zetten. Dat kunnen koeien, schapen of paarden zijn. Dat hoeven niet veel dieren te zijn want het gaat om een lage begrazingsdruk. De beweiding vindt idealiter plaats in vrij kleine dijkvakken van 250 à 500 meter lang. De dieren blijven in een vak staan tot het gras grotendeels op is. Daarna gaan ze naar de volgende. Elk vak is ongeveer tweemaal per jaar aan de beurt, zodat het gras en de kruiden terug kunnen groeien. Het doel is om de groei uit de dijk te halen, met een richtlijn van ca. 6 ton droge stof/ha/jaar. Om dit te kunnen bereiken wordt er geen bemesting toegepast. Dankzij evenwichtige beweiding ontstaat na verloop van jaren allerlei structuur in de dijk, zoals hogere en lagere grassen, struiken, veepaadjes en molshopen. Dit zijn belangrijke onderdelen in het leefgebied van insecten, die aan de basis staan van een gezond en divers dierenleven. Om deze bodemstructuren te behouden en ontwikkelen is maaien of bloten niet gewenst.

Deelnemende dijken worden onderdeel van een langjarig onderzoek naar de ontwikkeling van de flora en fauna op de dijk. Dit sluit aan bij lopend onderzoek in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Door monitoring van planten, insecten en vogels kunnen we gaandeweg leren wat het effect is van extensieve vormen van begrazing. Het doel is dat de aantallen van kenmerkende soorten van dijken toenemen en dat de slaperdijken daarmee een belangrijke rol gaan spelen in de groenblauwe dooradering.
De hoop is dat de slaperdijken weer de fraaie, natuurrijke landschapselementen worden die ze ooit waren, aantrekkelijk voor planten, dieren én mensen.

Een mooi voorbeeld van een door koeien begraasde dijk in Zeeland. Er is veel structuur zichtbaar, met vrijwel kale grond afgewisseld met pollenvormende vegetatie.

Een mooi voorbeeld van een schapendijk nabij Rockanje. De dijk is niet ‘glad’ maar er is juist afwisseling van hogere en lagere delen. Ook vrijstaande struiken en bomen zijn van meerwaarde op een dijk, bijvoorbeeld als schaduwplek voor het vee. Bijen, vlinders en sprinkhanen kunnen in groten getale op dijken leven. Veel van deze insecten zijn karakteristieke soorten van dijken door het typerende microklimaat van een dijk.

Van links naar rechts: geelstaartklaverzandbij, oranje zandoogje en een veldsprinkhaan.

Aanmelden nieuwsbrief